JE ZAG MIJ TUSSEN MEEUWEN
je zag mij tussen meeuwen langs de reien, ver van storm en ontij ik had honger maar wist het brood nog niet. Jij wachtte, strooide gul de warme brokken.
ik schrokte alles binnen, het Minnewater bleef mij lokken geen zoute vruchten meer of slik tussen de benen, het strand enkel nog voor zondagsmeeuwen.
AFRIKAANSE MAAN (Kenia)
boven de savanne de wieg van de maan. de hyena huilt om het verloren jakhalsjong, buigt voor de leeuwin die bescheiden waakt, wacht tot de welpen honger hebben en de koning misschien komt.
mijn huid ademt diep de valse stilte van lam geworden wild. wit en glad van alle rood bevrijd steel ik het blanke laken uit de wieg. sluit voor bavianen de balkondeur af, schuif me aan tegen je warmte. |